Wat kun je leren van observeren?

Weet wat een kind beweegt

Wist je dat observeren de kern van jouw vak als pedagogisch medewerker en/of gastouder is?  Ontwikkelingsgericht werken kan niet zonder observaties. Je kunt een kind pas echt goed begeleiden in de ontwikkeling, als je weet wie het kind is en wat hem/haar beweegt.

In veel gevallen worden de observatieformulieren pas uit de kast gepakt bij oudergesprekken of wanneer er al daadwerkelijk een probleem is ontstaan. Natuurlijk kan een observatieformulier ingezet worden tijdens een oudergesprek, maar een oudergesprek mag nooit de enige reden zijn voor een observatiemoment. Ook al heb jij je twijfels over de kwaliteit van het formulier, je doet daarmee het kind tekort. 

Observatieformulieren

Kinderopvangorganisaties willen graag kwaliteit bieden. En terecht! Men is daarom altijd op zoek naar manieren om de kwaliteit te kunnen waarborgen. Niet alleen vandaag, maar ook morgen en overmorgen. En niet alleen op vestiging A, maar ook op B en C. 

Vanuit de wens om kwaliteit toetsbaar en werkbaar te maken, heeft men binnen de kinderopvang gekozen voor standaard observatieformulieren als hulpmiddel voor pedagogisch medewerkers. Zo weet de medewerker waarop hij/zij moet letten en de organisatie weet dat er observaties plaatsvinden volgens bepaalde criteria.

Intrinsieke motivatie

Een observatieformulier kan inderdaad een handig instrument zijn, maar het draagt niet bij aan de intrinsieke motivatie van pedagogisch medewerkers. Het belang van observeren begrijpen is misschien wel het startpunt. Wanneer je iets begrijpt vergroot het de kans tot handelen. Hierdoor wordt het geen apart klusje op de checklist, maar een natuurlijk onderdeel van je dagelijkse werkzaamheden.

Observeren van kinderen betekent continue kijken en luisteren naar de kinderen. Wat laten zij zien en wat zeggen zij? Wat proberen zij jou te vertellen tijdens hun spel en de georganiseerde activiteiten? Waarom herhalen zij bijvoorbeeld steeds hetzelfde spel? Je komt dat enkel te weten door het observeren van kinderen. In een schriftje maak je even een korte notitie ter herinnering van ieder kind. een of twee zinnen is voldoende. 

Stel een kind bouwt een toren. Steeds stapelt hij/zij vijf blokjes op elkaar en dan duwt hij/zij de toren omver. Wat gebeurt hier? Wat kan dit betekenen? Zijn er maar vijf blokjes? Weet het kind dat je ook kunt bouwen met meer dan vijf blokjes? Is er wellicht een blokkade ontstaan bij het kind om meer blokjes te gebruiken uit angst om te falen. Wat het ook mag zijn, deze routine had je niet ontdekt in één observatiemoment.

Routines en patronen bestaan uit een reeks terugkomende gedragingen en/of handelingen. Deze kun je enkel herkennen wanneer jij écht wil weten wie het kind is en wat hem/haar beweegt.

Wie ben jij?

Wil je een kind écht leren kennen zul je het kind vaker moeten observeren. Niet omdat het moet, maar omdat jij het kind wil begrijpen en ondersteunen. Zo krijg je steeds meer inzicht in het handelen en het gedrag van kinderen. Het geeft jou een scherp beeld van de momenten waarop een kind vastloopt. Nu kun je samen met het kind werken aan haar/zijn ontwikkeling.

Met regelmaat observeren (elke dag 5 minuten per kind) zorgt er voor dat gedragingen en/of handelingen geen problemen worden. Je bent het namelijk voor, doordat je op het juiste moment ondersteuning kunt bieden.