Wel/niet spelen in bosjes?

Respect voor de natuur en je leefomgeving vind ik belangrijk om mee te geven aan kinderen. Ik wil dan ook dat kinderen de natuur kunnen ervaren. In een stadse omgeving zorgt de combinatie voor dilemma’s. Hoe ga je ermee om?

In mijn buurt heb je een aantal speeltuintjes. Er is een klimrek, schommel en/of glijbaan. Meestal is er ook een veldje waar kinderen kunnen voetballen. Hoe weloverwogen de speeltoestellen ook zijn gekozen, het heeft een beperking in spelmogelijkheden. Ik vind het dan ook niet vreemd dat ik de kinderen zie spelen in de naastgelegen bosjes. Daar is waar het avontuur begint. 

Natuur levert zoveel op voor kinderen en mensen. Het brengt rust en nodigt je uit om te ontdekken. Natuurlijk spelmateriaal is minder voorspelbaar dan de materialen uit de winkel of de meeste speeltuinen. Ik wil dat kinderen hutten bouwen, groots kunnen bewegen, vies worden, ontdekken, experimenteren en leren. En toch, bij het geluid van brekende takken doet mijn hart even pijn. Respect en iets stuk maken gaan niet samen in mijn hoofd.

Ik vind het lastig, maar ik laat het toe. Je kunt de kinderen uit de stad het niet kwalijk nemen dat zij dat kleine stukje natuur in hun omgeving gebruiken om te spelen en te leren. En bij spel kan iets stukgaan. Zeker als de ruimte te klein is en het feitelijk niet bedoeld is voor spelende kinderen. Daarbij maken zij het vaak niet bewust stuk. Het komt voort uit onderzoek. Je gaat net dat stapje te ver en ineens is het kapot. Je had de buigzaamheid van de tak niet goed ingeschat. 

Spelende kinderen in bosjes doet mij denken aan mijn jeugd in een nieuwbouwwijk. De struiken in de stadsperkjes waren ook mijn natuurlijke speelplek. Ook ik heb schaamteloos takken afgebroken als kind en planten vertrapt in mijn spel. En het heeft geen gevolgen gehad voor de waardering die ik nu heb voor de natuur. Het is misschien juist in die bosjes begonnen. Je moet samenwerken met de natuur, anders   kom je thuis met schrammen op je benen, splinters in je handen en vlekken op je shirt. 

Met dit in mijn achterhoofd, laat ik de kinderen altijd hun gang gaan en kijk ik af en toe maar even weg. Ik vraag de kinderen respectvol om te gaan met de planten en bomen in hun omgeving. Bewust breken van takken is onnodig, maar wanneer het gebeurd in het spel, tel ik tot tien en knijp ik mijn lippen op elkaar.